Het is een bijzonder hoekje in de Regimentsverzameling: een vitrine en een wand met werken van Herman van den Bosch, sergeant bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene.

Het leven van kunstenaar Herman van den Bosch (1907 – 1993)

Herman van den Bosch werd in 1907 geboren in Amsterdam. Als Amsterdams jochie genoot hij van het leven in de grote stad. Mocht hij toen al iets getekend hebben, is daarvan niets bewaard gebleven. Alles wees er trouwens op dat hij de voorkeur gaf aan de technische kant van het tekenen. Tijdens een studiereis naar België tekende hij een reeks stadsgezichten en kerken. Deze getuigen van een perfecte technische beheersing. Herman vond werk bij het architectenbureau van Eduard Cuypers. Hij hield zich zowel met exterieurtekeningen bezig, maar kreeg al snel enige faam vanwege de interieurs die hij maakte. Naar de geest van de tijd (eind jaren twintig) waren die gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van tegelwerk. Hij was inmiddels ook begonnen met schilderen.

Vertrek naar Maastricht

De crisis aan het begin van de jaren dertig beëindigde zijn loopbaan in Amsterdam. Zijn werkgever zorgde er voor dat hij aan de slag kon als ontwerper bij de Sphinx in Maastricht. Hier kon hij helemaal zijn hart ophalen met het ontwerpen van tegels en dan met name hele tegelinterieurs. Hij kreeg daar verkering met Jo Keizer. Voor haar liet hij zich bekeren tot het Rooms Katholieke geloof. De barokke sfeer van het katholicisme sprak hem trouwens ook heel erg aan, iets dat je later terugziet in zijn werk. 

Eind jaren dertig waren het wederom maatschappelijke ontwikkelingen die zijn levensloop bepaalden. Hij werd gemobiliseerd en was een van de vele duizenden Nederlandse militairen die naar Engeland uitweken. Over deze tocht, in paniek gemaakt in alles wat kon drijven, heeft hij later nog veel verteld, net zoals alles uit de Tweede Wereld Oorlog een diepe indruk op hem had gemaakt.

De tweede Wereldoorlog

Herman had geruime tijd verkering met Jo Keizer. De oorlog zou hem tot D-day in Engeland houden. Zijn verhalen beschrijven een afwachtend leger, dat werd getekend door herhaaldelijke luchtaanvallen en het leven in de pubs. Vermoedelijk heeft hij nooit een pint zelf hoeven betalen. Hij tekende de klanten en die hielden hem en zijn vrienden graag vrij. In mei 1945 heeft Jo Keizer hem opgehaald uit een kazerne in Vught. Ze kreeg een ander mens terug dan de joviale bon-vivant uit de jaren dertig. Hij was getekend door de oorlog en met name diep geraakt door het gebrek aan waardering voor hem en zijn medesoldaten, eenmaal terug in de burgermaatschappij. Dit blijkt uit de talrijke (spot)prenten uit die tijd.

Regimentsverzameling

Het is een bijzonder deel van de Regimentsverzameling: een vitrine en een wand met werken van Herman van den Bosch, sergeant bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. In de vitrine liggen zijn persoonlijke papieren; een schrift van een cursus autotechniek met achterin schetsen van vrouwelijk schoon; een menukaart (door hem ontworpen) met handtekeningen uit 1942; zijn helm en zijn uniform. Op de grond staat een houten Duitse munitiekist die Herman gebruikte als schilderkist. 

Aan de wand hangen door hem gemaakte affiches met tekeningen voor in de kantine, maar natuurlijk ook zijn echte werk: tekeningen en aquarellen over het soldatenleven in het Verenigd Koninkrijk en de oorlog, met een duidelijke religieuze invloed. We zouden het nu veteranenkunst noemen, maar in de tijd van Herman was hiervoor nog geen aandacht en waardering. Het werk van Herman van den Bosch is van grote documentaire waarde. Het getuigt van vakmanschap, betrokkenheid en van een dosis humor. Vooral zijn schetsen, vaak met viltstift en pen gemaakt, getuigen van de ontwikkeling van een eigen stijl en artistieke persoonlijkheid.

Herman van de Bosch heeft een grote hoeveelheid aquarellen, schilderijen en tekeningen nagelaten. Een aantal daarvan dateert uit de Tweede Wereldoorlog toen hij deel uitmaakte van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Op 23 juni 2021 werd door zijn zoon Herman en dochter Marlies de volledige collectie aquarellen en oorlogstekeningen (43 in totaal) aan de Regimentsverzameling geschonken.

image description
Inval van de Duitsers
image description
Aankomst in Engeland

In Wolverhampton

In het Verenigd Koninkrijk werd hij heel actief als tekenaar en schilder. De barakken, kantines en de grote eetzaal van het Nederlandse kamp Wrottesley Park in Wolverhampton werden van zijn decoraties voorzien. Hij ontwierp en maakte affiches voor in de kantine en tekende voor zijn kameraden, vaak in opdracht. Zijn werk kwam ook terecht in de Britse pubs en vermoedelijk heeft hij zelden of nooit voor zijn pints hoeven te betalen. Zelfs op officiële tentoonstellingen in Londen, georganiseerd door de Nederlandse regering-in-ballingschap, waren tekeningen van hem te zien. Foto’s uit die tijd tonen minister-president Gerbrandy die zijn werk bekijkt. Hij tekende in die periode ook vaak voor de periodiek “De Bromtol”.

image description
Gratis bier
image description
Militairen aan de bar

Sergeant in Normandië en Nederland

Met de Prinses Irene Brigade landde hij in augustus 1944 in Normandië. Hij werkte als sergeant bij de staf van een van de gevechtsgroepen en was daar vooral verantwoordelijk voor (het inkleuren van) de kaarten en schetsen. Hij raakte gewond en werd overgeplaatst naar de Compagnie Aanvullingstroepen, waar hij als instructeur aan de slag ging, eerst in een kamp in Deurne en vanaf begin 1945 in Bergen op Zoom.

image description
Aanval op Tilburg
image description
Bevrijding Walcheren

Gebrek aan waardering

In mei 1945 haalde zijn verloofde Jo Keizer hem op in Vught. Hij bleek een ander mens te zijn geworden. Niet langer de joviale bon-vivant uit de jaren dertig. Hij was getekend door de oorlog en met name diepe geraakt door het gebrek aan waardering voor hem en zijn kameraden van de Prinses Irene Brigade, eenmaal terug in de burgermaatschappij.

Veel spotprenten uit die tijd getuigen daarvan. Hij hield goed contact met de andere veteranen en bezocht trouw de jaarlijkse reünies. Zijn werk werd daar regelmatig te koop aangeboden. In de (huis)kamers van Brigade-veteranen hing dan ook vaak een “Van den Bosch”. Voor de Vereniging van Oud-strijders van de Brigade ontwierp hij een kerstkaart.

Samen met zijn oude vriend Harmelaars richtte hij de Staar Ateliers op, een bureau voor reclamewerk. Hij combineerde dit met het maken van aquarellen en olieverfschilderijen van Limburgse boerderijen en stadsgezichten. Op de jaarlijkse kunstmarkt op het Vrijthof in Maastricht werd hiervan af en toe iets verkocht. Eind jaren vijftig ging hij ondergronds aan de slag in Valkenburg om als hulplandmeter de grotten te meten en in kaart te brengen. In de afgelegen gangen daar, zijn nu nog sporen van zijn aanwezigheid te vinden.

Tekenen werd vanaf toen vooral voor tijdens zaterdagen, met schetsboek en viltstift. Hij ging daarvoor vaak naar België. Tot op hoge leeftijd weigerde hij een voet op Duitse grond te zetten. Er zijn honderden schetsen van Maastricht en Luik gemaakt in die periode, van plekjes die nu niemand meer kent. De laatste tekeningen dateren uit augustus 1978. Daarna heeft hij geen pen, potlood of penseel meer aangeraakt. Wel kon hij nog met veel plezier zijn vele schetsen doorbladeren. Wat restte waren de verhalen. Toen hij in 1993 stief waren de herinneringen aan vroeger inmiddels ook uitgedoofd.

image description
Bevrijding
image description
Demobilisatie

Tekst: Hans Sonnemans, Regimentsconservator