Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene is een levendig regiment met een geheel eigen traditie. Traditie ligt formeel verankerd in de geschiedenis van het onderdeel. Vormen en gebruiken, zoals het indrinken van officieren en onderofficieren, zijn wat minder formeel en veranderen in de loop der jaren.

Het begrip 'Garderegiment'

Het in het voorjaar van 1946 opgerichte Regiment Prinses Irene, wordt op 1 juni 1948 door de toenmalige Koningin Wilhelmina benoemd tot Garderegiment. Dezelfde eer valt overigens ook te beurt aan de Regimenten Grenadiers en Jagers. Deze laatste regimenten werden altijd al als 'Garde' beschouwd, maar tot dan is het nooit geformaliseerd. Nederland kent tot 1948 officieel geen garderegimenten. Indeling bij een garderegiment betekent van oudsher 'onder het oog van de vorst dienen'. In bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland waren het altijd al elite-eenheden die een bijzondere band met de koning of keizer hadden en optraden als een soort lijfwacht.

In Nederland betekent het predikaat 'Garde' dat de parate militairen, naast hun organieke taken zoals de deelname aan (vredes)operaties, vaker dan militairen die behoren tot niet-garde eenheden, belast zijn met de uitvoering van ceremoniële diensten. Het gaat daarbij zowel om incidentele als vaste plechtigheden. Bij de incidentele diensten wordt bij toerbeurt een eenheid 'aangewezen', die – meestal in samenwerking met een muziekkorps – voor de militaire bijdrage aan de plechtigheid zorgt. Het betreft hier bijvoorbeeld het aanbieden van 'geloofsbrieven' door de ambassadeurs aan de Koning(in) en bezoeken aan Nederland door buitenlands staatshoofden. Een vaste plechtigheid is Prinsjesdag, waaraan in beginsel altijd dezelfde eenheden deelnemen.

De toevoeging 'Fuselier'

Op 12 maart 1952 verleende koningin Juliana het predikaat Fuseliers aan het Garderegiment Prinses Irene. Soldaten bij het regiment kregen vanaf dat moment hun aanspreektitel Fuselier, de andere rangen mogen hieraan toevoegen der Fuseliers. De behoefte hieraan bestond omdat de Garderegimenten Grenadiers en Jagers wel een dergelijke titel kennen. Alle Garderegimenten zijn Infanterieregimenten. De oude infanterie bestond uit de grote massa van fuseliers (het oude woord voor geweerschutter), ondersteund door grenadiers (letterlijk de granaatwerpers) en jagers (lichte, snel verplaatsbare infanterie).
Het lag dus voor de hand om de titel 'Fuselier' te herinvoeren.

Het Vaandel

Als koningin Wilhelmina op 27 augustus 1941 het vaandel uitreikt aan de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' in Engeland, betekent dat het symbolische ontstaan van die Brigade en eigenlijk ook het begin van het latere Garderegiment Fuseliers. Niet voor niets zei Prins Bernhard bij de opheffing van de Irene Brigade in 1945: 'Rond uw vaandel zal een nieuw Regiment worden gevormd.' Zo gebeurde het ook, het 'Engelse' vaandel werd uitgereikt in 1947 aan het Regiment Prinses Irene.
In 1965 werd het oorspronkelijke vaandel vervangen door een nieuw en kleiner exemplaar zoals voorgeschreven voor pantserinfanteriebataljons. Het tweede vaandel was echter geen lang leven beschoren want al in 1974 waaide het kapot tijdens een herdenking op de stranden van Normandië. Het huidige vaandel van het Garderegiment Fuseliers wordt bewaard in de kamer van de regimentscommandant.

Symboolfunctie
Het vaandel is het symbool van het hele Regiment en zijn geschiedenis. Het symboliseert daarmee ook de gevallenen van het Regiment. Daarom wordt het ook met respect behandeld en behoort door militairen en ook door burgers eerbiedig te worden begroet.
De achtergrond van de symboliek gaat honderden jaren terug naar de tijd dat een vaandel nog een duidelijke functie had op het slagveld. Het fungeerde in de vaak chaotische strijd als een herkenningspunt voor de soldaat. Aan kleuren en symbolen op de grote lap stof kon hij zien waar zijn onderdeel, zijn regiment en dus ook zijn commandant, zich bevond. Viel het vaandel in de handen van de vijand dan was hij zijn baken kwijt en dat betekende een enorme klap voor het moreel. Daarom werd het vaandel altijd bewaakt door een speciale vaandelwacht die het altijd omringde en tot het uiterste verdedigde.
Vandaag de dag heeft het vaandel geen functie als baken op het slagveld meer maar de symbolische waarde is gebleven. Bij parades en ceremonies blijft het vaandel omringd door de vaandelwacht, onder commando van de oudste Eerste Luitenant van het parate onderdeel van het Regiment.

Vaandelopschriften
De voorzijde van het vaandel toont de initiaal van de vorstin die het heeft verleend (bij het huidige vaandel is dat Juliana) onder de koninklijke kroon en de naam van het Regiment. Verder staan op het vaandel de vaandelopschriften als herinnering aan belangrijke krijgsverrichtingen. In 1945 is toegekend door koningin Wilhelmina aan de Prinses Irene Brigade:
ST. COME - 1944
PONT AUDEMER - 1944
BEERINGEN - 1944
TILBURG - 1944
HEDEL - 1945

Het vaandel is in 1945 onderscheiden met de Militaire Willemsorde der 4de Klasse, als collectieve onderscheiding voor de mannen van de Prinses Irene Brigade. De model-uitvoering van dit onderscheidingsteken is aan het bijbehorende lint aan de vaandelstang bevestigd.

Cravattes
In 1977 zijn twee cravattes toegekend aan het vaandel van de Fuseliers, met de opschriften:
WEST-JAVA 1946-1949
OOST-JAVA 1947-1949

Een cravatte is een oranje lint met strik dat boven het vaandel aan de vaandelstang wordt bevestigd. Het dient eigenlijk als een "tijdelijke oplossing". In 2004 is het vaandel vervangen en zijn de opschriften op het vaandel zelf aangebracht. Hiermee kwamen de cravattes te vervallen.

Vervanging koorden
In 1954 werden de gouden koorden en kwasten, die normaal de vaandels van de Krijgsmacht sieren, van het Fuseliersvaandel vervangen. Ze werden vervangen door oranje-blauwe invasiekoorden en kwasten. Dit was bedoeld om het invasiekoord voor het Garderegiment te behouden nadat de laatst actief dienende koorddragende Oud-strijder van de Prinses Irene Brigade de dienst zou hebben verlaten.

image description
Opmars Vaandelwacht
image description
De Vaandelwacht op het strand van Arromanches

De stok en benoeming

De stok van de Regimentscommandant
Deze is van gelakt hout met een metalen dop. Het geheel wordt afgedekt door een miniatuuruitvoering van het regimentsembleem. Op de stok bevindt zich een verchroomd regimentsembleem. Alleen bij regimentsaangelegenheden wordt de stok gedragen.

De stok van de Regimentsadjudant
Deze is van gelakt hout met een metalen kroon, afkomstig van een rijtuiglantaarn uit de Koninklijke stallen. Het geheel wordt afgedekt door de adjudantstip Op de stok bevinden zich een verchroomd regimentsembleem en verchroomde plaatjes met daarop de namen van de Regimentsadjudanten. De stok is in 1969 door Luitenant-kolonel Laurens uitgereikt aan de toenmalige Regimentsadjudant Bickes en wordt sindsdien met de functie op ceremoniële wijze overgedragen.

Benoeming tot Gardeofficier
De benoeming tot Officier bij het Garderegiment Fuseliers geschiedt bij Koninklijk Besluit en op voordracht van de Regimentscommandant. Ingevolge dit Koninklijk Besluit worden bij het Regiment geplaatste Officieren tijdens een bijeenkomst door de Regimentscommandant op ceremoniële wijze geïnaugureerd, waarbij de nieuw komende Officier staande op de regimentsmat de volgende belofte uitspreekt:
'Ik beloof een trouw Fuselier te zijn, leve het Regiment!' 
De nieuw benoemde Officier der Fuseliers ledigt hierbij de met mousserende wijn gevulde 'Nieuwelingenbeker' ad fundum. De Regimentscommandant drinkt uit de 'Royal Air Force-beker'.

Benoeming tot Gardeonderofficier
Onderofficieren worden door de Regimentscommandant bij het Garderegiment benoemd. Na benoeming zullen de bij het Regiment geplaatste Onderofficieren tijdens een bijeenkomst door de Regimentscommandant op ceremoniële wijze worden ingedronken, waarbij de nieuwe benoemde Onderofficier de volgende belofte uitspreekt:
'Ik beloof een trouw Onderofficier te zijn, leve het Regiment!' 
De nieuw benoemde Onderofficer dient daarna de 'Van Groenesteinbeker' gevuld met Calvados ad fundum te ledigen.

Zilveren Fuselierhanger
Bij alle gelegenheden waar de Regimentscommandant aanwezig is samen met zijn echtgenote draagt zij één van de twee Zilveren Fuselierhangers. Luitenant-kolonel A.P.A. van Daalen heeft deze hangers in 1973 en 1999 aan het Regiment geschonken. Deze hangers worden tijdens een Commando-overdracht ceremonieel overgedragen.

Het invasiekoord

Alle militairen van de Prinses Irene Brigade die in de periode van 7 tot en met 15 augustus 1944 in Normandië aan land kwamen, ontvingen in maart 1945 een speciaal herinneringskoord. De kleuren van dit gevlochten koord zijn oranje en blauw, de kleuren van het Koninklijk Huis. Het koord wordt aanvankelijk 'invasie-fluitkoord' (in het Engels lanyard) genoemd en staat inmiddels binnen het Regiment bekend als 'invasiekoord'.
In 1954 worden de traditionele gouden kwasten en koorden aan het vaandel van het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ vervangen door oranje-blauwe invasiekoorden en kwasten.
In 1979 verlaat de laatste militair die het koord had ontvangen voor zijn bijdrage aan de bevrijding van West-Europa, de dienst. Binnen het Regiment komt de wens tot leven om het invasiekoord voor het parate deel van het regiment te behouden. De Oud-strijders van de Irene Brigade dragen uiteindelijk in 1982 het invasiekoord over aan de Fuseliers.
Iedereen die bij het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ is ingedeeld, alsmede de militairen van andere wapens en dienstvakken die dienen bij de parate onderdelen van het Regiment (17 Painfbat GFPI en de Ststcie 13  Lichte brigade), zijn gerechtigd het koord te dragen.
Het invasiekoord wordt gedragen op het DT (dagelijks tenue). Ook kan het worden gedragen op het gevechtspak, maar dan alleen bij speciale gelegenheden en in opdracht van de Regimentscommandant. De laatste jaren is het gebruikelijk (vanaf 1992) dat het koord wordt uitgereikt door een Oud-strijder van de Brigade op een voor het Regiment historische plaats. Regelmatig worden dergelijke koorduitreikingen georganiseerd.
In de periodes dat het bataljon was uitgezonden naar Bosnië werd het koord voor het eerst dagelijks gedragen. Het was bedoeld om de saamhorigheid tussen de Fuseliers en de tijdelijk ingedeelde militairen van andere onderdelen te bevorderen. Verder was het een eerbetoon aan de Oud-strijders die zich ruim vijftig jaar daarvoor ook inzetten voor de vrede in Europa.
Deze gewoonte is hierna ook bij de andere missies doorgevoerd.

Draagrecht invasiekoord voor (actief dienende) veteranen en post-actieven;
Op 10 december 2010 vergaderde het bestuur van de Stichting Brigade en Garde over het onderwerp: besluitvorming over het draagrecht van het invasiekoord voor “niet-oud-strijders van de Prinses Irene Brigade”. Hieronder een deel uit het verslag van deze vergadering waarin het draagrecht is vastgesteld met enkele redactionele verduidelijkingen (cursief weergegeven).

"Het gaat hierbij niet alleen om gewezen militairen, die behoord hebben tot het Garderegiment “Fuseliers Prinses Irene”, maar ook om overige actief dienende militairen en veteranen, die het invasiekoord uitgereikt hebben gekregen voorafgaande aan een missie en niet registratief ingedeeld zijn/waren bij het Regiment. Omdat de Traditiecommissie KL zich niet uitspreekt over dit soort aangelegenheden betreffende veteranen, heeft de voorzitter van de VOS KNBPI, genmaj bd Rudi Hemmes, zich terecht het recht aangemeten hiertoe een voorstel in te dienen dat nauwelijks kan worden genegeerd als we willen dat ook in de toekomst onze veteranen als Fuselier zichtbaar en herkenbaar blijven. De regeling luidt als volgt:

“Allen, die na 1981 het koord uitgereikt hebben gekregen, zijn na hun dienstverlating gerechtigd in het openbaar het koord te dragen op het gevechtstenue of op het door de VOS KNBPI vastgestelde veteranentenue, te weten: donkerblauwe blazer, grijze broek of rok, wit overhemd met fuseliersdas, zwarte schoenen en donkere sokken”.

Voor alle duidelijkheid, ook Fuseliers, die zich in “de Koude Oorlogperiode’’ hebben ingespannen om de vrede te bewaren, niet uitgezonden zijn geweest, maar wel voldoen aan de hiervoor genoemde voorwaarden, mogen het aan hen uitgereikte koord dragen. Allen, die voor 1982 Fuselier waren, hebben het koord nooit tijdens hun actieve dienst uitgereikt gekregen en komen daarom ook niet in aanmerking om het koord in het openbaar te dragen. Met enige nadruk wil ik nog naar voren brengen dat dit draagrecht alleen van toepassing is bij officiële herdenkingen en reünies van het Regiment en overige aangelegenheden, waarvoor de
Regimentscommandant goedkeuring verleent.

Met deze laatste aanvullingen heeft de vergadering en in het bijzonder ook de Regimentscommandant, ingestemd met het voorstel van de Voorzitter VOS KNBPI."

image description
Het Invasiekoord
image description
Koord natmaken
image description
De Halssjaal

Fuselierssjaal (Bataljonssjaal)

De Fuselierssjaal is een oranje rechthoekige sjaal met in het midden het baretembleem in het blauw. Nederlandse militairen kwamen voor het eerste tijdens de Korea-oorlog in aanraking met halssjaaltjes. Tegenwoordig worden deze gedragen tijdens ceremonies, jaardagen etc.

Het Regimentsembleem

Het embleem is ontleend aan het koperkleurige metalen schouderembleem dat vanaf 1942 door de officieren van de voormalige Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene op het service-dress uniform (tegenwoordig DT) werd gedragen. Het bestaat uit een gekroonde banderol met daarop de woorden “Prinses Irene”. Het baretembleem en de oranjekleurige ondergrond met blauwe biezen zijn nog identiek aan het in 1946 ingevoerde model. Alleen het materiaal en wat kleine details zijn hieraan veranderd.

Regimentsdrank

Calvados is het drankje dat tijdens Regimentsactiviteiten genuttigd wordt. Het verhaal gaat dat de mannen in Normandië vaten met Calvados aantroffen in een boerderij, en dat dat het begin is van Calvados als Regimentsdrank.

image description
Het Regimentsembleem
image description
Calvados tijdens de Tweede Wereldoorlog
image description
Calvados op het strand

Ceremonieel tenue

Bij de inhuldiging van koningin Juliana in september 1948 paradeerde de ere-Compagnie van het Garderegiment Prinses Irene voor de eerste maal in het ceremoniële tenue. Bij het ontwerp van het uniform, van de hand van Frans Smits sr., komt de geschiedenis van de Prinses Irene Brigade tot uitdrukking. Het stamonderdeel van het Regiment werd tijdens de oorlogsjaren in Engeland opgericht, omvatte alle wapens en dienstvakken van de Landmacht en er werd tijdelijk een grote groep Mariniers ingedeeld.
Het ceremoniële tenue is daarom gebaseerd op de oeroude Britse infanteriekleding, een rode jas met donkerblauwe broek. Ook de helmhoed is een typisch Britse infanteriehelm. De helmplaat bestaat uit een vijfpuntige ster. Die ster herinnert aan de Geallieerde 'invasiester', destijds aangebracht op de voertuigen. Het midden van de ster is een oranje kokarde waarop het regimentsembleem (een banderolle met de woorden 'Prinses Irene' onder de Koninklijke kroon) is aangebracht. De punt op de helmhoed is die van het Korps Mariniers, terwijl de witmetalen leeuwekoppen die de kinband vasthouden dezelfde zijn als die op de kolbak van de Cavalerie en Koninklijke Marechaussee. Op de mouwopslagen met Britse gardelissen zitten drie verschillende knopen, een algemene landmachtknoop, een artillerie- en een genieknoop.
De Officieren van de Fuseliers dragen als enigen een smalle gouden band op de oranje officierssjerp. Dit is niet bedoeld als bijzondere onderscheiding maar enkel om de niet zo fraaie combinatie van oranje op rood wat te masceren.
Het Tamboerkorps van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, waarvan de traditie vandaag de dag wordt voortgezet door de Koninklijke Militaire Kapel, draagt op het ceremoniële tenue naar Brits model op borst, rug en mouwen lissen. Deze lissen zijn op Britse wijze geheel bezet met Nederlandse Koninklijke kronen.

Regimentscommandant en Regimentsadjudant

De Commandant van het parate bataljon dat de traditie van het Garderegiment voortzet (17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, afgekort 17 Painfbat GFPI) is tevens Regimentscommandant. Hij is hiermee verantwoordelijk voor handhaving van alles wat met de traditie en geschiedenis van het Regiment te maken heeft. Deze luitenant-kolonel der Fuseliers is de vertegenwoordiger van alle Oud-strijders en (oud)Fuseliers van het Regiment. Momenteel wordt deze functie vervuld door de Luitenant-kolonel der Fuseliers H. Gorissen.
De Bataljonsadjudant van het parate Fuseliersbataljon is tevens Regimentsadjudant. Hij draagt het vaandel en is dan ook herkenbaar aan de speciale rangonderscheidingstekenen die de vaandeltop verbeelden. Deze functie wordt op dit moment vervuld door de Adjudant-onderofficier der Fuseliers A.C.M. Brands.

Volo et Valeo

De lijfspreuk van het regiment: ‘Volo et Valeo’. Dit is latijn voor ‘ik wil en ik kan’.