Uit de museumvitrine
In een vitrine in gebouw 8 staat een uniform van Lkol J.G. Brouwer. Op 17 juni 2026 bezocht zijn zoon de Regimentsverzameling en bracht als verrassing een grote hoeveelheid documentatie over zijn overleden vader mee. In mijn periode als PC op de KMS in Weert (1984 – 1986) heb ik het genoegen gehad om daar Lkol Brouwer, een zeer markante persoonlijkheid, vele malen te mogen ontmoeten. Nieuwsgierigheid naar dit uniform leidde tot nader onderzoek en een indrukwekkend verhaal.
In dit artikel beperk ik mij tot bijzondere gebeurtenissen in het leven en de militaire carrière (incl. het verzet tijdens WO II) van Lkol Brouwer gerelateerd aan de onderscheidingen (de groot-model onderscheidingen zijn nog steeds in het bezit van de familie) en (vaardigheids)emblemen op het tentoongestelde uniform.
Inleiding
Jacobus Gerardus (Jacques) Brouwer werd geboren op 18 maart 1922 in Amsterdam en verhuisde als kind naar Nijmegen. Als net 18-jarige jongeman zag hij hoe de Duitsers in mei 1940 ons land binnen vielen. Hij hoorde de enorme explosies toen de Waalbrug en de bruggen over het Maas-Waalkanaal werden opgeblazen door de Nederlandse Genie. Bij Hatert mislukte dit en Brouwer zag hoe de Duitsers de overzijde bereikten en de Nederlandse bunkers van achteren aanvielen. Hij omschreef zijn gemoedstoestand als “een enorme boosheid en had in zijn naïviteit het vaste voornemen om tegen deze vijand te willen vechten”.
Tweede Wereldoorlog en in het verzet
Om te voorkomen dat hij in Duitsland tewerkgesteld werd ging Brouwer studeren aan de Zeevaartschool. Deze school was, door de Duitsers gedwongen, verhuisd van Vlissingen naar Nijmegen. Brouwer leerde voor marconist omdat dit later nuttig kon zijn in het leger. Zijn studieresultaten werden bewust onvoldoende gehouden om te voorkomen dat hij zou slagen voor de opleiding en daarna aan boord van een Duits schip zou worden geplaatst. In december 1941 richtte hij samen met enkele leerlingen van de zeevaartschool “de Pandoeren” op: een verzetsgroep onder het mom van een sportvereniging. De verzetsactiviteiten beperkten zich initieel tot het verspreiden van illegale blaadjes en groeide later door naar meer en grotere verzetsdaden. Brouwer werd door de bezetter tweemaal, o.a. door verraad, voor zijn illegale activiteiten opgepakt. Hij zat van 19 januari tot 2 maart 1943 gevangen in Arnhem. Vanaf december 1943 werkte Brouwer bij de luchtbeschermingsdienst op de nieuwe P.G.E.M.-centrale aan de noordzijde van het Maas-Waalkanaal. Hij werd in 1952 hiervoor onderscheiden met de Herinneringsmedaille Luchtbescherming 1940-1945.
Op zondag 17 september 1944 (tijdens Market Garden) werd de P.G.E.M.-centrale overvallen en veroverd door de Pandoeren o.l.v. Brouwer: zij namen diverse Duitse bewakers gevangen en voorkwamen daarmee dat de elektriciteitscentrale met het hoge gebouw en nog hogere schoorstenen zou worden vernietigd. Op 20 september 1944 was Brouwer hier getuige van de “Waalcrossing” door Amerikaanse militairen van de 82nd Airborne Division. Diezelfde morgen had Brouwer met de Pandoeren de Duitse krijgsgevangenen aan de Amerikaanse para’s overgedragen. De 350 meter brede Waal en bijna anderhalve kilometer open vlaktes aan weerszijden ervan maakten deze wateroversteek op klaarlichte dag zeer gewaagd en risicovol. Het hoge P.G.E.M.-gebouw was een ideale observatiepost voor artilleriewaarneming en de beide Britse opperbevelhebbers van Operatie Market Garden, Lt. Gen Frederick Browning en Lt. Gen Brian Horrocks, zagen vanaf deze plek deze ongekende militaire operatie voor hun ogen gebeuren. Voor zijn verzetswerk werd Brouwer in 1981 onderscheiden met het “Verzetsherdenkingskruis”.
Op 3 november 1944 meldde Brouwer zich bij de “Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten” en werd op de Opleidingsschool Oorlogsvrijwilligers in Nijmegen geplaatst. Na deze opleiding trad Brouwer op 20 februari 1945 als beroepsmilitair in dienst bij de Koloniale Reserve van het KNIL en vertrok per schip naar Nederlands Oost-Indië. Op 20 februari 1950 kreeg Brouwer toestemming voor het dragen van het Oorlogsherinneringskruis met de gesp “Krijg te land 1940-1945”.
Nederlands-Indië
Na de Japanse capitulatie, op 15 augustus 1945, ging Brouwer op 6 december 1946 naar de School Reserve Officieren Infanterie. Op 19 juli 1947 werd hij bevorderd tot Onderluitenant KNIL en al op 1 januari 1948 volgde de bevordering tot tweede luitenant. Op 23 december 1948, tijdens de 2e Politionele Actie (OPERATIE KRAAI), raakte Brouwer zwaar gewond toen zijn Brencarrier ten zuiden van Soerakarta op een mijn reed. Twee doden en drie zwaar gewonden waren het resultaat. Brouwer had 1 e, 2e en 3e graads brandwonden opgelopen. Voor zijn bijdrage aan de strijd in Nederlands-Indië werd hem het Ereteken voor Orde en Vrede met de gespen 1946, 1947, 1948, en 1949 toegekend. Pas in 1961 ontving Brouwer de gesp 1950.
Na de soevereiniteitsoverdracht, toen het merendeel van de Indiëgangers al terug in Nederland was, leidde hij in 1950 op Celebes een colonne voertuigen met repatrianten en zieken door het vijandelijk gebied. Hij kreeg toestemming om met zijn colonne door de T.N.I. linies te rijden. Kort na vertrek sloeg hij met zijn mannen een verraderlijke aanval op de colonne af van diezelfde T.N.I., waarmee hij honderden mensen het leven redde. Op 29 april 1953 werd hij voor deze actie op het Paleis op de Dam onderscheiden met het Bronzen Kruis
Terug in Nederland
Op zijn verzoek werd hij bij K.B. van 28 december 1950 registratief heringedeeld bij de Landmacht en wel bij het Regiment Limburgse Jagers. Brouwer meldde zich in 1953, min of meer door geldnood gedwongen, voor de Troepenmacht in Suriname (TRIS), waar hij meer dan een jaar verbleef. Zijn gezin bleef achter in Nederland. Hij diende ook als VN-waarnemer in het Midden-Oosten.
In Nederland diende Brouwer o.a. bij de Leger-waarnemersschool in Schaarsbergen, bij het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene in Schalkhaar en hij sloot zijn carrière af in Budel bij het (West) Duits garnizoen. Brouwer overleed op 14 juli 2005 in Weert
Een leven lang actief
Lkol Brouwer was na zijn pensionering, buitengewoon actief op het gebied van erkenning, waardering en zorg voor veteranen o.a. in de Bond van Wapenbroeders. Daarnaast spande hij zich enorm in om de betrekkingen tussen de voormalige vijanden (WO II) te normaliseren. Voor zijn inzet voor verzoening tussen Nederland en Duitsland ontving hij in 1997 het Duitse “Bundesverdienstkreuz 1. Klasse” en kreeg als eerste Nederlander de Vredesprijs van het Verbond Deutscher Soldaten.
Zijn inzet voor veteranen en de (zichtbare) erkenning en waardering voor hun bijdrage aan de overwinning in de Tweede Wereldoorlog bracht hem een "honoraire" benoeming in twee Britse ridderorden. Hij werd nog vele malen meer onderscheiden waaronder de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau en diverse (hoge) Duitse, Finse, Franse, Poolse en Belgische onderscheidingen.
Tekst: Lkol der Fuseliers b.d. Andy van Dijk
Bronnen: Regimentsverzameling, Decorare nr. 15 (maart 2006) artikel H.G. Meijer, www.noviomagus.nl, Wikipedia en www.oorlogsbronnen.nl
Foto’s: Regimentsverzameling en van www.noviomagus.nl