“Met uw naam op onze schouder trokken wij ten strijde!”, zo sprak generaal Rudi Hemmes, voorzitter van de Vereniging van Oudstrijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade “Prinses Irene”, in mei 2011, bij het 70-jarig bestaan van het regiment, in aanwezigheid van naamgeefster Prinses Irene.

Op 10 september 1941 schreef de toenmalige commandant van de Brigade, kolonel van Voorst Evekink, aan het de Minister voor Oorlog: “Nu aan de Brigade, onder mijn bevel, de hooge eer is te beurt gevallen den naam van Prinses Irene te dragen, komt de wensch naar voren om – naar Engelschen trant – dien naam mede op de uniform te dragen. Zulks zou kunnen geschieden op een bandje van khaki stof, waarop in oranje kleur de naam Prinses Irene geborduurd en te dragen op beide mouwen, vlak onder de schoudernaad.”

Prinses Irene 1942
Prinses Irene 1942

Shoulder Titles

Voor de tweede wereldoorlog kende het Nederlandse leger geen benamingen en onderscheidende emblemen van infanterieregimenten, deze hadden alleen een nummer. De Nederlandse militairen in het Verenigd Koninkrijk maakten tijdens de oorlogsjaren kennis met de Britse militaire tradities. De Britten droegen regimentsemblemen en zogenaamde “shoulder titles”, gekleurde bandjes met de naam van het regiment, onder de schoudernaad van het uniform. Dit bedoelde de kolonel met zijn opmerking “naar Engelschen trant”. 

Het Britse War Office had geen bezwaar tegen de invoering van de naambandjes. Op 22 december kwam het Ministerie van Oorlog met een voorstel voor aanpassing van het kledingvoorschrift. Op 18 februari 1942 werd het ontwerp voor het bandje goedgekeurd en in de maanden daarna ingevoerd. Vanaf dat moment droegen de mannen van de Brigade de naam van Prinses Irene op de schouder en trokken ten strijde! 

Prinses Irene 1946
Prinses Irene 1946
Prinses Irene 1952
Prinses Irene 1952

Van Brigade naar Garde

De Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene hield in december 1945 op te bestaan. Om de tradities te behouden werd in april 1946 het Regiment Prinses Irene opgericht.  

Bij de Koninklijke Landmacht werden vanaf 1946 emblemen voor de regimenten en korpsen ingevoerd, naar Brits model. Het Regiment Prinses Irene kreeg de gekroonde banderol met de naam van de prinses als embleem, in koper, voor op de baret en de schouders, een ontwerp van Frans Smits sr. De naambandjes van de Brigade, ook wel “straatnamen” genoemd, werden nog een hele tijd doorgedragen, ook door de bataljons die werden uitgezonden naar Nederlands Indië. In november 1946 werd er een nieuw model ingevoerd. 

Op 1 juni 1948 werd het regiment benoemd als Garderegiment Prinses Irene. In 1951 werden nieuwe naambandjes ingevoerd met de toevoeging GARDE. Met de overgang van uniformen naar Amerikaans, in plaats van Britse model, eind jaren vijftig, verdwenen de schouderemblemen en ook de naambandjes. “GARDE PRINSES IRENE” kwam in december 1962 bij ministerieel besluit te vervallen. Hiermee verdween de naam van de naamgeefster van het regiment van de schouder van het uniform. 

Van Prinses Irene naar Fuseliers

Het zou ruim veertig jaar gaan duren, maar de namen van de regimenten en korpsen keren terug op het uniform. Het begon tijdens de missies van ISAF in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar genisten vanaf 2007 een naambandje met de tekst REGIMENT GENIETROEPEN “onofficieel” op de linkerschouder van het dessert gevechtstenue droegen. Dit voorbeeld werd overgenomen door andere regimenten. In het voorjaar 2009 vertrokken Fuseliers van C-cie met rotatie 9 naar Uruzgan (TFE-9) en zij droegen PRINSES IRENE weer op de linkerschouder, net als de fuseliers na hen: B-cie, Staf en het Verkenningspeloton (TFE-10) en A-cie  (TFE-11). 

Het naambandje op het gevechtstenue blijkt toch onderscheidend te werken, want enkele jaren na terugkeer uit Afghanistan, verschijnt er een groene variant op het groene gevechtstenue. Het is niet officieel en de emblemen worden door het bataljon zelf aangekocht en verstrekt. 

In december 2016 stelt de Traditie Commissie Koninklijke Landmacht (TCKL) een voorstel voor “naamboogjes” vast, voor alle regimenten en korpsen. Voor de garderegimenten verschijnen er drie varianten: GARDE JAGERS, GARDE GRENADIERS en een GARDE FUSELIERS. Dit lijkt helemaal correct maar het gaat voorbij aan de historie, waar PRINSES IRENE belangrijker is dan de veel latere toevoeging FUSELIER. Met die laatste variant lijkt de naam van de naamgeefster van het Garderegiment Fuseliers weer van de schouder te verdwijnen.

Door Hans Sonnemans, regimentsconservator.

Prinses Irene Desert GVT
Prinses Irene Desert GVT
Prinses Irene GVT
Prinses Irene GVT