Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene (1941 - 1945)
De geschiedenis van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) begint op 11 januari 1941, toen de Koninklijke Nederlandse Brigade in Congleton (Verenigd Koninkrijk) werd opgericht. Een jonge, maar wel een levendige en boeiende geschiedenis. De Brigade werd in augustus van dat jaar vernoemd naar Prinses Irene, kleindochter van Koningin Wilhelmina.
In de Tweede Wereldoorlog droeg de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene haar steentje bij aan de bevrijding van West-Europa. De Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene werd, na de bevrijding van Nederland, op 24 december 1945 officieel opgeheven en wordt de stameenheid van het latere Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.
Uitgebreide informatie over de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene kunt u vinden op http://www.prinsesirenebrigade...
Het Regiment Prinses Irene (RPI)
Op 15 april 1946 werd het Regiment Prinses Irene opgericht en ingedeeld bij het 2de Infanterie Depot te Arnhem. Hier, op de Menno van Coehoornkazerne en de Saksen Weimarkazerne, werden de vijf Indië-bataljons opgeleid.
Herstel orde en vrede (1946 - 1951)
Na de oorlog werden vijf bataljons van het (Garde)Regiment Prinses Irene ingezet in het toenmalige Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea voor het herstel van orde en vrede.
Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene
Op 1 juni 1948 werd het Regiment Prinses Irene (RPI) door Koningin Wilhelmina benoemd tot Garderegiment (GRPI). Op 12 maart 1952 verleende Koningin Juliana het predicaat "Fuseliers" aan het Garderegiment Prinses Irene (GFPI), waardoor de huidige naam ontstond.
Via Vught naar Schalkhaar
In 1953 werden de opleidingen opnieuw gereorganiseerd. Voor het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene had dit tot gevolg dat de basisopleiding werd samengebracht met de Garderegimenten Grenadiers en Jagers in het 1e (Garde-) Infanteriedepot op de Frederik Hendrikkazerne te Vught. Regimentscommandant en vaandel verbleven hier ook en er werd een jaar later het eerste museum ingericht.
411 Infanterie Bataljon werd het parate bataljon van het Regiment en het verhuisde van Ermelo naar de Westenbergkazerne in Schalkhaar. In 1965 werden de vredesregimenten bij de opleidingsdepots opgeheven. Dit betekende dat voor elk infanterieregiment het parate bataljon de belangrijkste eenheid werd. Voor het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene was dat 13 Pantserinfanteriebataljon, gelegerd in de Westenbergkazerne in Schalkhaar. Dit bataljon zag in 1959 het levenslicht en kwam voort uit 411 Infanterie Bataljon.
Regimentscommandant, vaandel en museum verhuisden ook naar Schalkhaar.
Einde Koude Oorlog
De val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 leidde het einde van de Koude Oorlog in. De Nederlandse politiek vertaalde dit direct in de Defensienota van 1991. In deze Defensienota werd besloten dat 13 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene werd aangewezen om te vormen tot schoolbataljon voor de nieuwe luchtmobiele brigade en de traditie van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene over te dragen aan 17 Pantserinfanteriebataljon, hetgeen aldus geschiedde op 10 juli 1992.
Regimentscommandant, vaandel en museum verhuisden ook deze keer weer mee, nu naar Oirschot.
Periode vredesmissies
Eenheden, individuele militairen en Fuseliers van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene dragen sinds 1992 meermaals bij aan de handhaving van vrede op de Balkan en Cyprus. Verder werden zij ingezet tegen het opkomend terrorisme in Irak, Afghanistan en in Mali. Sinds 2014 wordt ook deelgenomen aan verschillende ACOTA- trainingsmissies om Afrikaanse militairen op te leiden.