4. De brief en het invasiekoord van R.W. Hemmes

Het oranje-blauwe invasiekoord, inmiddels ook wel Fuselierskoord genoemd, is in de loop der jaren het symbool geworden van de Prinses Irene Brigade en het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. In het bekende “oranje-blauwe boek” staat het koord beschreven met de achtergronden ervan. Iedere Fuselier is hiermee bekend en menig Fuselier heeft het ontvangen uit handen van een veteraan van de voormalige Brigade.

Vreemd genoeg is de volledige geschiedenis van het koord vrij onbekend, vooral wat de oorsprong
betreft. In de loop der jaren is er een soort mythe rondom het koord ontstaan, die niet meer historisch correct te noemen is. Zo is het koord niet toegekend door Koningin Wilhelmina voor betoonde moed. Het koord is ook niet uitgereikt bij het afscheid van de Brigade in juni 1945.
Een zeldzaam en bijzonder document dat rechtstreeks betrekking heeft op de oorsprong van het
koord, wordt bewaard in onze Regimentsverzameling. Het is een afschrift van een brief van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten aan de commandant van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, verstrekt aan de Sergeant der Eerste Klasse R.W. Hemmes. De brief heeft betrekking op het dragen van het koord en heeft een plaats gekregen in de vitrine bij de ingang van het museum, bij de persoonlijke voorwerpen van Generaal-majoor der Koninklijke Luchtmacht b.d. R.W. Hemmes, voorzitter van de Vereniging van Oud-strijders van de Koninklijke Nederlande Brigade “Prinses Irene”.
 

Charles Pahud de Mortanges

Op 18 augustus 1954 kwam Brigade-generaal Charles F. Pahud de Mortanges voor een bijzondere ceremonie naar de Westenbergkazerne in Schalkaar. De generaal was Sous-chef van het Militaire Huis van Hare Majesteit de Koningin en tevens voorzitter van de Vereniging van Oud-strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Hij was daar om de gouden koorden en kwasten (normaal behorend tot een vaandel van de krijgsmacht) van het vaandel van het Garderegiment Fuseliers te vervangen voor oranje-blauwe koorden. Op deze wijze zou het invasiekoord op symbolische wijze behouden blijven voor de Koninklijke Landmacht. Een overdracht aan de Fuseliers was in die tijd nog ondenkbaar.

In de speech van de generaal vinden we iets over de oorsprong van het koord: “In 1945, toen de Tweede Wereldoorlog ten einde was, en ook ons Vaderland was bevrijd, heeft de toenmalige commandant van de Irene Brigade, Kolonel De Ruyter van Steveninck, het plan geopperd om een blijvende herinnering aan de invasie en aan de veldtocht door Frankrijk, België en Nederland te ontwerpen. Hij stelde voor alle militairen van de Brigade met een oranje-blauw fluitkoord om de linkerschouder uit te rusten. De Minister van Oorlog ging met zijn plan akkoord. Vandaar dus, dat u overal bij onze strijdkrachten, en ook vandaag in deze kazerne, militairen ziet met het oranje-blauw geblokte koord.” Generaal Pahud de Mortanges was in die periode plaatsvervangend commandant van de Brigade. Het idee en de uitvoering het koord, een “coloured lanyard” zoals door Britse eenheden en korpsen gedragen, is mogelijk van hem afkomstig. In zijn bescheidenheid meldde hij dat niet en liet de eer aan de commandant, zoals van een goede plaatsvervanger verwacht wordt.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Luitenant-kolonel Charles Pahud de Mortanges, plaatsvervangend commandant van de Prinses Irene Brigade
Luitenant-kolonel Charles Pahud de Mortanges, plaatsvervangend commandant van de Prinses Irene Brigade

Lanyards of fluitkoorden

Inderdaad ligt er een Ministerieel Besluit ten grondslag aan het “decoratiekoord Brigade Prinses Irene””, namelijk dat van 14 november 1945, nummer 417. De minister ging niet zondermeer akkoord met de invoering van het koord, dat valt tenminste af te leiden uit een getuigenis van Brigade-generaal b.d. Jan J.G. Beelaerts van Blokland. Deze wist zich te herinneren dat de minister in beginsel helemaal niets voor het plan voelde. Pas na bemoeienis van Prins Bernhard met de zaak, ging de minister overstag. Terwijl de discussie over de formele invoering nog gaande was, werd het koord al vele maanden gedragen. Foto’s uit het vroege voorjaar van 1945 tonen militairen van de Irene Brigade die een koord dragen. Majoor Arnold A. Paessens, commandant van Gevechtsgroep 1, vermeldt in zijn dagboek op 14 maart 1945: “Een wagen naar Middelburg (waar de brigadestaf verbleef HS) gezonden om de lanyards (H.S: het Engelse woord voor fluitkoord) op te halen”. Dit citaat is de enige bekende schriftelijke verwijzing naar het koord.

Van Oranje en Nassau blauw zijde

Nu weer terug naar de afschrift van de brief, uitgereikt aan Sergeant der Eerste Klasse R.W. Hemmes.

De brief van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, Luitenant-generaal Prins Bernhard der Nederlanden, van 19 maart 1945, heeft betrekking op het dragen van het koord. Het document onderstreept nog eens de verklaring van Brigade-generaal Beelaerts dat de Prins waarschijnlijk zelf betrokken was bij de invoering van het koord. “Naar aanleiding van de reeds eerder aan U gegeven machtiging betreffende de lanyard van gevlochten Oranje en Nassau blauw zijden koord, doe ik U onderstaand de uitvoeringsbepalingen nopens het dragen toekomen.

  1. De lanyard mag worden gedragen door al het personeel van de Kon. Ned. Brigade “Prinses Irene”, dat gedurende de landing op het vasteland van Europa in Augustus 1944 en het bereiken van de Nederlandsche grens, onafgebroken tot op het operatieve deel van de Brigade heeft behoord.
  2. Het recht tot dragen wordt ook verleend aan hen, die door verwonding of ziekte een deel van het bedoelde tijdvak afwezig zijn geweest, mits zij bij het begin van de campagne tot het operatieve deel van de Brigade behoorden.
  3. De lanyard komt ter vervanging van de (en wordt gedragen op de plaats der) tot nog toe voorgeschrevene, zowel op battle- als servicedress (hier wordt bedoeld het khaki, danwel oranje fluitkoord, gedragen door officieren HS).
  4. Ten einde het in verkeerde handen raken te voorkomen, wordt bepaald dat een nieuwe lanyard slechts mag worden uitgereikt tegen inlevering van een onbruikbaar gewordene, tenzij kan worden aangetoond, dat verlies te wijten is aan vijandelijke acties.

Was getekend, Bernhard, Prins der Nederlanden”

Generaal-majoor b.d. Rudi Hemmes bekijkt het document
Generaal-majoor b.d. Rudi Hemmes bekijkt het document

Invasie fluitkoord

In de brief aan Sergeant Hemmes, namens de brigade- commandant, met het bovenstaande afschrift, laat Kapitein Robert Fack weten: “Hoewel U niet meer bij de Kon. Ned. Brigade “Prinses Irene” behoort en dus niet voldoet aan het gestelde onder 1 en 2 hierboven, vermeen ik, dat U het op prijs zult stellen als “souvenir” een Invasie Fluitkoord, als hierboven bedoeld, te ontvangen.” Hemmes had de Brigade namelijk al verlaten en verbleef in Engeland voor een officiersopleiding. Fack gebruikte in zijn brief al de term “Invasie Fluitkoord”. Later zal dit nog verder worden ingekort in het spraakgebruik tot “invasiekoord”. De machtiging wordt dus ruim een half jaar later omgezet in een Ministerieel Besluit. Het tijdvak van de machtiging, van de landing tot het bereiken van de Nederlandse grens, wordt omgezet in een ander tijdvak, namelijk dat van 7 tot en met 15 augustus 1944. Bovendien mocht het koord door alle militairen van de krijgsmacht worden gedragen die tot de Brigade hadden behoord en aan deze voorwaarden voldeden.

Met de invoering van het Ministeriele Besluit was het invasiekoord niet langer een “souvenir” voor de Sergeant Hemmes. Hij droeg het op zijn uniform, eerst nog bij de Landmacht maar al enkele jaren later bij de Luchtmacht, tot aan zijn functioneel leeftijdsontslag in 1978 als Generaal-majoor. Als bestuurslid van de Vereniging van Oud-strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene heeft hij zich in 1982 ingezet voor de overdracht van het koord naar het Garderegiment Fuseliers. Als voorzitter van die Vereniging heeft hij in de tientallen jaren daarna, vele honderden koorden uitgereikt aan jonge Fuseliers, mannen en vrouwen die zich overal op de wereld inzetten voor vrede.

 

Brigade-generaal der Cavalerie b.d. Jan Beelaerts van Blokland tijdens een speech in de Westenbergkazerne Schalkhaar in 1992
Brigade-generaal der Cavalerie b.d. Jan Beelaerts van Blokland tijdens een speech in de Westenbergkazerne Schalkhaar in 1992