Mortieren in de KNBPI

image description
Mortier 2 Inch
image description
Mortier 3 Inch
image description
Regimentsverzameling

Mortieren in de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene

In mei 2025 slaagde de conservator van de Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene, Hans Sonnemans, erin om via Marktplaats een aantal organieke onderdelen van een Britse “Ordnance ML 3-inch mortar” te verwerven. Het lot betrof o.a. de grondplaat, richtmiddelen in de bijbehorende kist en organieke munitiekokers (zie foto). Een deel van deze artikelen was al in het bezit van de Regimentsverzameling, of op bruikleen van de RCKL (de schietbuis en affuit), maar m.n. de organieke grondplaat is een zeldzaamheid waar al jaren naar werd gezocht.

Met deze aanwinst is de Regimentsverzameling een van de weinige Nederlandse musea die in het bezit is van dit complete wapensysteem. Daarnaast was dit het laatste ontbrekende deel van het wapenarsenaal van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene (KNBPI) in de collectie. In dit artikel beschrijf ik de plaats van de mortieren in de organisatie van de KNBPI, de mortieropleiding en de beide mortieren (met de focus op de 3-Inch mortier).

Organisatie KNBPI

De KNBPI bestond uit een Stafkwartier, Verkenningsafdeling, Gevechtsgroepen I, II en III, Batterij Artillerie, Verbindingsafdeling, Brigade Trein en een Herstellingsafdeling met daarnaast nog een “zelfstandige” Compagnie Aanvullingstroepen. Elke Gevechtsgroep bestond uit een Staf (met één 2-inch mortier), een Ondersteuningsgroep (zie volgende alinea), drie Tirailleurpelotons (met elk één 2-inch mortier) en een Administratief peloton.

De Ondersteuningsgroep bestond uit een Mitrailleurpeloton, een sectie Pantserafweergeschut (met twee 2-inch mortieren), een sectie Luchtafweer en een Mortiersectie (met twee 3-inch mortieren, vervoerd op daartoe ingerichte Universal Carriers). De mortieren werden ingezet ter ondersteuning van de infanterie- en verkenningseenheden. Het aantal 3-inch mortieren in de KNBPI bedroeg daarmee slechts zes stukken (met daarnaast nog achttien 2-inch mortieren binnen de Gevechtsgroepen en zes 2-inch mortieren in de Verkenningsafdeling).

Opleiding mortieristen in de KNBPI

T.b.v. de opleiding en / of training van de mortieristen waren in de Compagnie Aanvullingstroepen geen mortieren aanwezig. De opleiding van de mortieristen, en later ook bij de aanvullers, vond daardoor plaats na plaatsing op functie. De “on the job training” vond dus initieel plaats in Engeland en later (bij de plaatsing van aanvullers in de Gevechtsgroepen en de Verkenningsafdeling) voornamelijk in de “Zeeland-periode”. Binnen de KNBPI werden de 2-inch en 3-inch mortieren resp. 5 cm en 8 cm mortieren genoemd.

De “2-inch Mortar”

De 2-inch Mortier was een mortier die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verschillende varianten binnen het Britse leger werd ingezet. Een 2-inch mortier woog ongeveer vijf kilo (zonder munitie) en was daarmee veel lichter dan andere mortieren. Het wapen kon door één persoon worden vervoerd en werd door twee mensen (richter en helper, tevens munitiedrager) bediend. Ondanks zijn beperkte gewicht gaf de inzet van de 2-inch mortier naast mobiliteit een hoop extra vuurkracht. De mortier kon explosieve granaten (HE), rookgranaten en lichtgranaten afvuren met een bereik van zo’n 500 meter.

De “Ordnance ML 3-inch Mortar”

De voorloper van deze mortier werd gedurende de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt door de Britse ingenieur Wilfred Stokes. Deze 3-inch (81,2 mm) “Stokes mortier” werd in 1917 in dienst genomen bij het Britse leger. Begin jaren dertig werd het mortier gemodificeerd, geïnspireerd door de Franse 81 mm mortier MLE 27/31, om zo het 3-inch Mark II-model te creëren. Het oorspronkelijke plan was om extra artilleriebatterijen op te richten, maar die kosten waren te hoog en deze mortier werd in plaats daarvan als standaard vuursteunmiddel bij de infanterie ingevoerd. Toen de Tweede Wereldoorlog in Europa uitbrak waren alle regimenten van het Britse leger met het 3-inch Mark II-model uitgerust.

De eerste inzet van de 3-inch Mark II mortier in de Tweede Wereldoorlog toonde aan dat deze met een bereik van 1.600 meter een veel minder bereik had dan zijn Duitse tegenhanger, de 8 cm GrW 34, die een bereik van ruim 2.400 meter had. Na een periode van revisie en testen, gevolgd door een diepgaande evaluatie, werd een verbeterde 3-inch mortier geproduceerd met een verlengde loop, een nieuw projectiel met vergrootte voortstuwing en kreeg daardoor een groter bereik (tot 2.800 meter).

De ML 3-inch mortier (ML betekent “Muzzle Loaded” / “Voorlader”) kon in drie pakketten door de infanterie te voet of op Universal Carriers worden meegevoerd. Uiteindelijk bleek de vernieuwde Britse 3-inch mortier een betrouwbaar en robuust wapensysteem te zijn, waarbij alle beperkingen van het oorspronkelijke model werden weggenomen of verbeterd. Met het systeem kon de stuksbediening standaard explosieve (HE) projectielen, rook en fakkels (licht) afvuren.

De stuksbediening (vier man: commandant, richter, lader en helper (tevens munitiedrager)) leerde al snel de voordelen van de 3-inch mortieren. Ze konden zelfs met een minimumbereik van 125 meter vuren als dat nodig was. Naarmate de oorlog vorderde, werd de Britse 3-inch mortier verder gemodificeerd, inclusief een nieuw richtsysteem en een verbeterde grondplaat. Deze nieuwe versie kreeg de toevoeging “Mk II LR” (LR voor “long range”) en werd in 1943 verder verbeterd. De 3-inch mortier bleef operationeel bij het Britse leger tot de komst van zijn vervanger in 1965, de L16A1 81mm mortier.

Bronnen: www.dday-overlord.com / https://tvd.im/small-arms/4690... / https://military-history.fando... / www.wikipedia.org / Nierstrasz V.E., Geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Brigade “Prinses Irene" m.m.v. Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene (Hans Sonnemans)

Tekst Lkol b.d. Andy van Dijk