Vanaf de viering van 80 jaar Garderegiment Fuseliers Prinses Irene wordt de Vaandelwacht GFPI standaard uitgerust met de Lee-Enfield. Om praktische redenen is er gekozen voor de onklaar gemaakte versie, wat het reizen naar het buitenland aanmerkelijk vergemakkelijkt. Daarnaast geeft dit wapen (incl. bajonet) de Vaandelwacht en daardoor het Vaandel een meer historische uitstraling. De Lee-Enfield is binnen het regiment zowel in gebruik geweest bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene als in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog (WO II) bij de (her)oprichting van de Koninklijke Landmacht. In dit artikel beschrijf ik de geschiedenis en het gebruik van het geweer Lee-Enfield en haar relatie met het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.
Naam en type
De benaming is samengesteld uit de naam van de uitvinder van het magazijn, de Amerikaan Lee en de plaats waar de geweren werden ontworpen en gemaakt: Royal Ordnance Factory te Enfield. De typenummering voor het wapen en de bijbehorende bajonet werd initieel aangeduid met Romeinse cijfers, deze werden in 1944 vervangen door Arabische cijfers. Deze nummering wordt (nog steeds) naast en door elkaar gebruikt.
Het wapen
De Lee-Enfield is een geweer dat door het Britse leger vanaf 1895 tot 1957 werd gebruikt. Het was het standaard wapen gedurende de eerste helft van de 20e eeuw, een bewogen periode waarin twee wereldoorlogen voorkwamen en het Britse Rijk groeide en inkromp. Het Lee-Enfield geweer werd verschillende malen gemodificeerd, zodat er diverse uitvoeringen in gebruik waren / zijn. De meest opvallende wijziging is bekend als Short Magazine Lee Enfield (SMLE).
Het wapen (Lee-Enfield Nr. 4) werd tijdens WO II “versimpeld”, zodat het beter geschikt werd voor massa productie. Deze massaproductie vond niet in het Verenigd Koninkrijk plaats maar in Noord-Amerika; door “Small Arms Limited” in Canada en bij “Stevens-Savage Firearms” in de USA. De productie van de “gewone” Nr. 4 vond nog wel plaats in het Verenigd Koninkrijk en daarnaast o.a. in Canada en Nieuw Zeeland.
De Lee-Enfield werd ook in gebruik genomen door de koloniën van het Verenigd Koninkrijk en de bondgenoten van het Gemenebest, waaronder India, Australië, Nieuw Zeeland en Canada. Na de Tweede Wereldoorlog leverde het Verenigd Koninkrijk de Lee-Enfield ook aan België en Nederland. De totale productie van alle Lee-Enfields wordt geschat op zeventien miljoen geweren, waarmee het een van de meest geproduceerde geweren in zijn type is.
Nederlandse troepen in Engeland
Officieel is de Lee-Enfield vanaf 1941 in gebruik bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, maar in de prak tijk gebeurde dat pas vanaf begin 1944. In 1943 ontving de intendant van de Nederlandse Landmacht in het Verenigd Koninkrijk van de Britse overheid 1.350 repeteergeweren Rifle No.4 in het kaliber .303 inch. Op dat moment was de Nederlandse aanduiding op de inventarislijst voor dit geweer Rifle Mark IV. In het Nederlandse wapenvoorschrift uit 1943 werd voor dit geweer de aanduiding “Geweer van 7,7 mm” (Lee-Enfield model 1942) aangehouden.
De Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene had in het begin van 1943 nog een tweetal andere repeteergeweren in het kaliber .303 inch in haar bewapening. Dit waren 309 geweren Lee-Enfield (Rifle No.1, nog daterend uit WO I) en nog 1.171 geweren P14 (Rifle No.3). Van de eerstgenoemde zou een klein aantal bij de Nederlandse troepen in gebruik blijven, de geweren P14 zouden bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene volledig verdwijnen. Alle onderdelen van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene zouden voortaan worden uitgerust met het geweer Lee-Enfield Nr. 4. De drie Gevechtsgroepen werden hiertoe standaard uitgerust met ieder 182 van deze geweren.
Gebruik in Nederlandse dienst na WO II.
Van de Lee-Enfield waren twee modellen in Nederlandse dienst in gebruik: de No. 1 Mark III en No. 4 Mark I. Beide wapens werden na 1941 in gebruik genomen en werden gebruikt tot 1952. In dat jaar werd de Lee-Enfield vervangen door de M1 Garand. Bij de Nationale Reserve werd de Lee-Enfield (hoofdzakelijk de No. 4 Mark I) in de jaren 1962 - 1963 ook vervangen door de M1 Garand. Bij de Troepenmacht in Suriname (TRIS) bleef de Lee-Enfield in de bewapening tot 1963, waarna deze ook door de M1 Garand werd vervangen.
Munitie
Het kaliber is 0,303 inch en de patroon voor dit wapen is bekend als 0,303 inch British of 7,7 × 56 R. De scherpe en exercitiemunitie voor het “Geweer van 7,7 mm” was dezelfde als die werd gebruikt voor het geweer P14 dat ook werd gebruikt in Nederlandse dienst.
Van de Lee-En field Nr. 1 waren maar enkele exemplaren in gebruik bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene en wel om reden dat op dit wapen een mortierbeker kon worden aangebracht (voor het afvuren van lichte mortiergranaten). Deze wapens waren alleen bij de ondersteuningsgroepen ingedeeld.
Bajonet
De Lee-Enfield Nr. 1 is uitgerust met een lange zwaardbajonet, lengte ongeveer 50 cm. De Lee-Enfield Nr. 4 beschikt over de spijkerbajonet, een kleine korte bajonet in de vorm van een dikke spijker. Deze priemvormige bajonet was een aantal malen gemodificeerd, aangegeven door opeenvolgen de nummers (Mark I, II, II* en III). Deze Britse spijkerbajonet werd in de jaren dertig geïntroduceerd maar de volledige productie hiervan werd pas gestart in 1939. Deze bajonet met het bijbehorende wapen Lee-Enfield Nr. 4 was de standaard bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene.
Voorschriften
Voor instructie in het gebruik en onderhoud van het “Geweer van 7,7 mm” waren er diverse Britse voorschriften uiteraard in de Engelse taal. Omdat niet iedereen binnen de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene voldoende kennis van de Engelse taal had, werd in de Nederlandse taal een “Ontwerp-voorschrift voor het geweer van 7,7 mm” (Lee-Enfield model 1942) gemaakt.
Tekst: Luitenant-kolonel der Fuseliers b.d. Andy van Dijk
Bronnen: Regimentsverzameling Brigade en Garde (Hans Sonnemans), open internetbronnen zoals m.n. Wikipedia en het concept boek “Koninklijke en gewapend; Handvuurwapens van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’ 1941-1945” van V.M. Cozijn en M.J. Slootweg.
Foto’s: Regimentsverzameling Brigade en Garde, IWM’s Collections Online en Wikipedia.