04 mei 1947
4-GRPI

Embleem

4-GRPI, onder commando van Luitenant-kolonel J.J. Harkema, vertrok op 4 juni 1947 naar Indonesië, waar men op 14 juli te Semarang ontscheepte. Het bataljon was een onderdeel van de 2e 'Palmboom' Divisie. Reeds na een week liep men patrouilles mee en toen op 21 juli 1947 de eerste politionele actie begon, werd het bataljon ingeschakeld.

image description
Embleem

Op 26 juli werd Mranggen bezet en de daarop volgende dagen Goeboeg en Demak, tezamen met I-RS. Na enige tijd werd 4-GRPI tezamen met 4-Grenadiers en 4-Jagers weer in één Brigade verenigd en werd 4-Prinses Irene, een nieuw gebied in de Perning-sektor, ten noorden van Modokerto, aangewezen. In november nam 2-4-GRPI en een gedeelte van de Oost-compagnie deel aan de verdere bezetting van Madoera. De aan 4-GRPI toevertrouwde sector werd aanzienlijk vergroot door de vaststelling van de 'status quo' lijn in februari 1948. In april 1948 werd de sector Perning verwisseld met die van Modjokerto. De eerste maanden heerste er volkomen rust in dit gebied en hield de TNI zich vrijwel aan de gemaakte afspraken. Later verslechterde de toestand, door intimidatie en terreur, waarvan de bevolking het slachtoffer werd. Intussen vertrok begin november 1948 de Bataljonscommandant, de Luitenant-kolonel J.J. Harkema, naar Nederland en het commando werd overgedragen aan de Luitenant-kolonel J.H. Boersma, voordien Plaatsvervangend-commandant van 4-Prinses Irene.

De tweede politionele actie kwam! Op 19 december 1948 werd om 0.00 uur, de status quo-lijn overschreden en via het Zuiderkalksteengebergte, koers gezet naar de Kederise. De Ie compagnie (1-4-GRPI) bezette als stootgroep, met 3-2 Regiment Huzanen van Boreel, Blitar, waar de rest van het bataljon op 22 december aankwam. In de weken die daarop volgden, werd Wlingi overgenomen van 2-15 RI, Toeloengagoen van 2-10 RI, Trenggalek en Lodojo en tal van andere plaatsen bezet. Grote inspanningen kostte het openhouden van de verkeerswegen. De weg Blitar-Wlingi kreeg de naam dodenweg en ook de route Blitar-Kediri wemelde van mijn- en bomtrechters, teweeggebracht door trekbommen, drukmijnen en alle mogelijke combinaties ervan. Op deze wegen sneuvelden vele Irene-mannen.

Begin augustus 1949 verhuisde 4-GRPI naar het Zuid-Malangse. Na het 'staakt het vuren', werd het in Malang geconcentreerd. Op 3 maart 1950 volgde de inscheping aan boord van de 'Georgic', die op 27 maart in Rotterdam debarkeerde.

4-GRPI liet 44 gesneuvelden achter.