11 januari 1941
Oprichting GFPI

Fuselier

Inval

Op 10 mei 1940 werd Nederland binnengevallen door Nazi-Duitsland, na een korte strijd capituleerde Nederland op 14 mei. Er waren geen evacuatieplannen voor de landmacht, vaak werd het onderlinge contact tussen militairen verloren. Het waren dan ook individuen of commandanten van kleinere groepen die beslisten de overtocht naar Engeland te maken. Via Duinkerken, Brest of Bordeaux vertrokken Nederlandse militairen naar Engeland, de zogenaamde Engelandvaarders. In juni 1940 waren er 120 officieren, 360 onderofficieren en 980 korporaals en soldaten afkomstig uit alle afdelingen van het leger aangekomen in Engeland. In de Welshe plaats Dan-Y-Craig richtten zij het ‘Detachement Koninklijke Nederlandse Troepen in Groot-Brittannië’ op. De Nederlandse regering, in ballingschap in Londen, stelde de dienstplicht in voor alle Nederlanders, geboren tussen 1904 en 1921, afkomstig uit Groot-Brittannië, Noord-Ierland, Zuid-Amerika, De Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika. Zij werd gevraagd zich naar Groot-Brittannië te begeven. De voertaal werd Engels, maar er werden 24 verschillende talen gesproken door de opgekomen militairen, afkomstig uit 27 verschillende landen.

Dan-Y-Graig in Porthcawl
Dan-Y-Graig in Porthcawl
Brenschutter
Brenschutter

Er waren op het begin veel problemen, zo was het moreel erg laag, fysiek was er een achterstand, het vertrouwen in de officieren laag en er was een tekort aan bewapening en uitrusting. Na de legering in een tentenkamp bij Porthcawl in Wales, vertrokken de militairen voor de winter naar Congleton waar ze in oude fabrieksgebouwen werden ondergebracht. Op 11 januari 1941 werd de ‘Koninklijke Nederlandsche Brigade’ formeel opgericht. Op 22 februari kwam de toenmalige minister van defensie met het voorstel om hieraan de naam “Prinses Irene” toe te voegen. Prins Bernhard wilde hieraan niet meewerken omdat hij bij een bezoek in maart constateerde dat de brigade nog te onprofessioneel was en daarom die naam nog niet verdiende. In mei en juli 1941 vertrokken de militairen naar het geheel nieuw gebouwde kamp in de buurt van Wolverhampton. De problemen die de Prins had geconstateerd werden aangepakt en uiteindelijk besloot Koningin Wilhelmina dat de brigade de erenaam ‘Prinses Irene’ mocht dragen. Op 27 augustus 1941 werd door haar het vaandel aan de brigade uitgereikt.

image description
De Vaandeluitreiking door H.M.K. Wilhelmina, achter haar staat Z.K.H. Prins Bernhard
image description
Wolverhampton

In december 1941 brak de oorlog met Japan uit, dit vormde een bedreiging voor Nederlands-Indië. 150 Irenemannen vertrokken als kwartiermakers naar Ceylon. Korte tijd later capituleerde men daar, waardoor de inzet van de Brigade niet langer een optie was. Tevens vertrokken detachementen naar Suriname en de Nederlandse Antillen; een Nederlandse commando-eenheid werd opgericht en er vertrok personeel naar andere krijgsmachtdelen. Dit resulteerde in ernstige personeelstekorten voor de brigade. De totale sterkte nam af tot 1300 mannen. Toch bleef het moreel goed, onder meer door de deelname aan grote oefeningen, de instromende nieuwe uitrusting en de geallieerde successen in Noord-Afrika en Rusland. De brigade was echter te klein om de minimale personeelssterkte, vastgesteld door de Britten, te halen. Hierdoor werd deelname aan de invasie van Europa uitgesloten. De oplossing werd gevonden in 103 Nederlandse mariniers die in opleiding waren in de Verenigde Staten. Zij werden toegevoegd aan de brigade, waardoor de eis van de Britten werd gehaald. Op 3 augustus 1944 verzamelde de brigade zich om in te schepen en enkele dagen later in Normandie aan land te gaan. Er vertrokken 1205 Irenemannen naar Normandie.

Junglepatrouille in Suriname
Junglepatrouille in Suriname