Redactiestatuut

In het redactiestatuut vindt u alles terug over de bladfilosofie, doelgroepen, vormgeving, advertentiebeleid en redactionele organisatie. 

REDACTIESTATUUT VAANDELDRAGER

Algemeen

Naam                    :           De Vaandeldrager

Uitgever               :           Stichting Brigade en Garde Prinses Irene

Drukker/vormgever:         G3M

Frequentie            :           4 x per jaar (maart, juni, september en december)

Oplage                  :           1500 stuks

Verspreiding         :           Controlled Circulation 

Omvang               :           32 redactionele en advertentiepagina's

Formaat               :           A4

Redactieteam       :           

     Henrie Doreleijers (hoofdredacteur)

     Luc Vermeulen (bladmanager, eindredactie)

     Jan van Eck (algemeen redacteur)

     Nelleke Swinkels (adviseur)

     Linda van Beek (Regimentskapitein)

     Janieke Mussche (Comm adviseur 17 Painfbat GFPI)

     Arjen Luijten (Redacteur VOSIB)

     Melanie Giesen-Schuurmans (Ledenadministratie)

     Robin Bouwe (fotograaf)

Bladfilosofie
Doelstelling van het blad is het uitdragen van verleden, heden en toekomst van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, met aandacht voor de traditiebeleving en de geschiedenis.

Het blad wordt in de eerste plaats gemaakt voor alle deelnemende verenigingen binnen de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene (hierna “Stichting”). Het is een gezamenlijk magazine voor oude en jonge veteranen van het regiment, maar ook voor alle (oud) Fuseliers en actief dienende Fuseliers. De deelnemende (reünie)verenigingen moeten zich in de inhoud van het blad kunnen herkennen en hun informatie daarin een plaats kunnen geven.

De Vaandeldrager heeft een opvallende uitstraling. Het is een glossy magazine, aantrekkelijk ogend, met kwalitatief goed en veel fotowerk.  

De Vaandeldrager is tevens een blad óver het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. In die zin heeft het blad dus ook een platformfunctie voor extern gebruik.

Doelgroepen

leden van de deelnemende verenigingen binnen de Stichting Brigade en -Garde Prinses Irene: 

o   Vereniging van Oud Strijders van de Koninklijke Nederlands Brigade “Prinses Irene” 

o   Vereniging van Indië-bataljons van het Garderegiment Prinses Irene

o   Vereniging van Officieren der Garde Fuseliers Prinses Irene

o   Regiments Onderofficiers Vereniging van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene 

o   Genootschap Vrienden van de Fuseliers 

o   Vereniging Veteranen Vredesmissies GFPI

o   Vereniging vrienden van de Westenbergkazerne

o   Alle (oud) fuseliers en familieleden van (oud) Fuseliers. 

o   Het parate bataljon / actief dienende Fuseliers

De vormgeving

De regels voor de vormgeving van de Vaandeldrager zijn vastgesteld in overleg met de drukker/vormgever. 

De advertentiepagina’s vallen qua invulling en opmaak onder de verantwoordelijkheid van de drukker. De eindredacteur beoordeelt de verdeling en kan vóór het drukproces advertenties evt. verplaatsen.   

Redactionele segmentatie

De inhoud van de Vaandeldrager is gesegmenteerd door middel van rubrieken. Dit betekent dat alle artikelen tot een bepaalde rubriek behoren. Dit wordt aan de lezer duidelijk gemaakt door zogeheten ‘themakopjes’. 

In principe krijgt iedere deelnemende vereniging een eigen rubriek en beslaat, in beginsel, twee pagina’s. Er is ook sprake van andere vaste rubrieken. Deze komen ieder nummer terug zoals bijvoorbeeld; Regimentsflitsen, Bataljonsnieuws, Rode Draad.

In deze opsomming kunnen en mogen wijzigingen optreden. De beslissing daarover is aan het  redactieteam. In de vormgeving is geen onderscheid tussen de ‘thema-artikelen’ en de ‘vaste rubrieken’.

Advertentiebeleid

De invulling van de advertentiepagina’s is, net als de acquisitie hiervoor, een verantwoordelijkheid van de Stichting.

Redactionele organisatie

De Vaandeldrager verschijnt vier keer per jaar, in beginsel in maart, juni, oktober en december. 

De inhoud van ieder nummer wordt bepaald door het redactieteam. Dit redactieteam is onafhankelijk en is als enige verantwoordelijk voor de inhoud. De hoofdredacteur is eindverantwoordelijk. 

Suggesties en bijdragen voor de inhoud worden door iedere deelnemende vereniging aangeleverd. Er is een verdeling gemaakt voor wat betreft de aanspreekpunten binnen de redactie. 

Het redactieteam beslist uiteindelijk wat wel en niet in het betreffende nummer wordt opgenomen.

Het is mogelijk dat externen met suggesties of ideeën voor artikelen komen. Ook hierbij zijn redactieleden aanspreekpunt. Het redactieteam is er tevens voor verantwoordelijk dat de onderwerpkeuze is afgestemd met de onderwerpen van andere uitgaves/periodieken op het gebied van veteranen en/of militaire geschiedenis / traditie in het algemeen. 

Het redactieteam komt vlak ná het verschijnen van een nummer voor het volgende nummer bijeen. De bladmanager (tevens eindredacteur) komt dan, in nauw overleg met de hoofdredacteur en evt. bilateraal overleg met de andere redactieleden, met een lijst van mogelijke onderwerpen. Het redactieteam beslist welke onderwerpen doorgaan en wie als auteur wordt aangezocht. Dit laatste gebeurt vervolgens door de bladmanager. Hij regelt in overleg met de auteurs tevens de fotografie én bewaakt de deadline.

Alle artikelen worden na binnenkomst geredigeerd door de  eindredacteur (zie bijlage 1). Hij adviseert tevens over de keuze van foto’s en illustraties. Hij onderhoudt de contacten met vormgever/drukker en bewaakt de planning. Een eerste opmaak bespreekt hij met de hoofdredacteur en de leden van het redactieteam die ná evt., wijzigingen een tweede opmaak (=drukproef zonder advertenties) te zien krijgen en dienen goed te keuren. De eindredacteur, beoordeelt, liefst samen met de hoofdredacteur, voorafgaand aan het definitieve drukproces, nog eenmaal een volledige drukproef inclusief advertenties. Na zijn/hun akkoord starten de persen.

Financieel

Jaarlijks wordt een offerte opgemaakt door de vormgever/drukker op basis van de te verwachten oplage. Na goedkeuring door de penningmeester van de Stichting, wordt de opdracht gegund aan de vormgever/drukker. Deze draagt zorg voor een planning per uitgave met daarop de relevante planningsdata. De kosten worden per uitgave betaald door de stichting waarbij een evenredige bijdrage van de verenigingen wordt verwacht, op basis van kosten-uitgaven, eventueel aangevuld vanuit het steunfonds.