Geschiedenis van de collectie

Tijdens de eerste Regimentsjaardag (1993) in Oirschot werd het Museum Brigade en Garde Prinses Irene geopend door Regimentscommandant Luitenant-kolonel der Fuseliers Leen Noordzij. Het museum en de collectie van het Garderegiment bestaan al veel langer, maar met de overdracht van de traditie van 13 Painfbat naar 17 Painfbat brak een nieuw hoofdstuk aan.

Oprichting Korpsverzameling

De Korpsverzameling van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (zoals de oude aanduiding luidde) is langzaam opgebouwd vanaf het ontstaan van “het museum” in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In de beginperiode was dit een lokaal in een kazerne in Vught. Een aantal prominenten leverde daar souvenirs in. Heel belangrijk in die “wordingsperiode” was bijvoorbeeld een schenking van de weduwe van de voormalige Brigadecommandant, Generaal-majoor A.C. de Ruyter van Steveninck. Zij schonk een uniform van haar echtgenoot, enkele persoonlijke eigendommen en zijn onderscheidingen. Na een aarzelende start in Vught kwam de verzameling via Assen in Schalkhaar terecht. Er werd in die periode echter niet heel actief verzameld. De collectie groeide door toevallige schenkingen. Verder is duidelijk te zien dat de eerste objecten, waaronder bijzonder unieke stukken, ernstig te lijden hebben gehad van de gebrekkige behoudsomstandigheden. Een opstelling in een lokaal in het volle zonlicht is heel slecht voor onder andere textiel. Helaas!

1992: Verhuizing naar Oirschot

In 1992, met de overdracht van de regimentstraditie van 13 naar 17 Pantser­infanterie­bataljon, verhuisde de Korpsverzameling mee en veranderde er veel. De collectie, vanaf dat moment Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene geheten, werd gehuisvest in een voormalig pelotonsgebouw (25) op de Generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne; meer dan een verdubbeling van de ruimte in Schalkhaar. 

De collectie werd aangevuld met die van de Stichting Historie en Documentatie van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, een stichting, opgericht door particuliere verzamelaar Hans Sonnemans. Deze collectie was gespecialiseerd in de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, er was jarenlang actief verzameld, dus de collectie was uitgebreid en waardevol. De collectie van genoemde stichting werd in permanente bruikleen verkregen. Alle objecten werden gepresenteerd in vitrines en van teksten voorzien. Hans Sonnemans werd de conservator van de Regiments­verzameling in de “Oirschotse opzet” en er werd vanaf dat moment actiever verzameld. Zo was er relatief weinig materiaal betreffende de Indië-periode (1946 – 1951; 3 – 7 GRPI). Deze situatie is inmiddels sterk verbeterd. Verder kreeg ook de nieuwe verzamelperiode aandacht, zoals het in de collectie opnemen van objecten die te maken hebben met de (vredes)missies op de Balkan en Cyprus en de inzet van het parate Fuseliersbataljon in Irak, Afghanistan en Mali.

1993; Opening museum op 11 januari

Op 11 januari 1993 om kwart voor drie begaven de genodigden zich naar de ingang van het museum (gebouw 25), waar een aantal Fuseliers stond aangetreden. De voorzitter van de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene (de stichting waarin de korpsverzameling is ondergebracht), Luitenant-generaal b.d. J.P. Verheyen, kreeg van de Regimentscommandant luitenant-kolonel der Fuseliers Leen Noordzij de gelegenheid om voorafgaande aan de openingshandeling een aantal mensen speciaal te bedanken.

Er werd een aantal leden van de Vereniging van Oud-strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, bedankt voor hun inspanningen. In de eerste plaats adjudant b.d. M. C. van Gurp uit Best. die zeer veel werk verzette en bovendien nogal wat familieleden in het werk meetrok (zijn vrouw, dochter Maria en Piet le Maire). Verder de heer J.M. Vonken uit Budel die door zijn bemiddeling bij de firma Rewa een tweetal vitrines kon schenken. Jan van Uempt uit Eindhoven verrichtte het nodige schilderwerk.

De Regimentscommandant verrichtte daarna de openingshandeling. Hij trok een regimentsvlag weg van een bijzonder stijlvolle plaquette, aangebracht naast de ingang van het museum. Hierna begaven de ongeveer 125 genodigden zich naar binnen, waar een drankje werd geserveerd en de collectie kon worden bezichtigd.

1999: Naar twee andere gebouwen

In 1999 verhuisde de Regimentsverzameling opnieuw, nu naar twee gebouwen (8 en 28), vlakbij de ingang van de kazerne. Op 27 augustus 1999 werd het eerste gebouw geopend, in aanwezigheid van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, Luitenant-generaal M. Schouten. Eind mei 2000 volgde het tweede gebouw en hiermee was de Regimentsverzameling weer gereed voor de toekomst. In deze periode veranderde ook de positie van de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene. Deze stichting trad in het verleden slechts op als “eigenaar” van de Regimentsverzameling maar groeide uit tot het overkoepelend orgaan voor alle geledingen van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. De Regimentsverzameling vormde een zelfstandige “poot” in deze vernieuwde organisatievorm en veroverde daarmee ook een eigen plek in het Regimentsblad “De Vaandeldrager” en op de website www.fuseliers.nl.

2005: Geregistreerd Museum

Het bestuur van de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene koos bewust voor het pad van museumregistratie. In 2002 werd de Regimentsverzameling voorlopig ingeschreven in het Nederlands Museumregister. In 2005 werd de status van Geregistreerd Museum behaald. In 2010 werd de Regimentsverzameling herijkt als Geregistreerd Museum en is dat nog steeds. Hoewel het een Historische Collectie van het Commando Landstrijdkrachten is, en de term “museum” sinds mei 2005 niet meer wordt gebruikt, wil het bestuur zoveel mogelijk werken volgens de normen die voor musea gelden, uiteraard begrensd door de financiële en personele mogelijkheden. 

Re-enactment

In 2004 werden de Landmachtdagen gehouden op de Generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne. Voor het eerst ontstond het idee om rond de museumgebouwen historische militaire voertuigen en re-enactors (acteurs in historische kleding en uitrusting) een plaats te geven. Op deze manier werd het museumgebied levendiger en aantrekkelijker voor het publiek. Dit concept sloeg aan en werd herhaald in 2008, met nog eens een hoogtepunt in 2012. Ruim 250 vrijwilligers waren toen actief in het Historisch Cluster, waar ook de militaire musea acte de presence gaven. De toegang tot het cluster werd gevormd door een erewacht van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.  

image description
Re-enactment

2016; Historisch cluster

De Regimentsverzameling is gevestigd in en om de gebouwen 8, 10 (Regimentsmess “Congleton”) en 28 van de Generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne te Oirschot. Deze gebouwen behoren tot de eerste negen oorspronkelijke gebouwen uit 1946, van deze inmiddels grootste kazerne van Nederland. Een historisch, groen en herkenbaar stukje kazerne, dat in 2014 door de gemeentelijke monumentencommissie is voorgedragen als “beschermd dorpsgezicht”. In 2016 is in dezelfde omgeving (gebouw 12 en 13) de Historische Collectie van het Regiment Limburgse Jagers gevestigd. Beide collecties zijn voorzien van ornamenten en poortwachters, waardoor een permanent historisch cluster is ontstaan.