Geschiedenis van de collectie

Tijdens de eerste Regimentsjaardag (1993) in Oirschot wordt het Museum Brigade en Garde Prinses Irene geopend door Regimentscommandant Luitenant-kolonel der Fuseliers Leen Noordzij. Dat is inmiddels 25 jaar geleden. Het museum en de collectie van het Garderegiment bestaan al meer dan zestig jaar, maar met de overgang van 13 Painfbat naar 17 Painfbat GFPI brak een nieuw hoofdstuk aan. Vanaf 11 januari 1993 is het museum in Oirschot elke woensdag opengesteld voor bezoekers. Ook voor publiek van buiten de kazerne.

Korpsverzameling

In het verleden diende de Korpsverzameling van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene voornamelijk voor de eigen traditiebeleving. Jonge (dienstplichtige) Fuseliers leerden op deze wijze over de geschiedenis en de tradities van het Regiment. Ze kregen uitleg en de objecten uit de Korpsverzameling dienden om dit te illustreren. Bezoek van buiten de kazerne kwam er weinig. Hooguit Oud-strijders of deelnemers aan bijvoorbeeld een reünie of activiteit.

Verhuizing naar Oirschot

Vanaf 1992, na de verhuizing van Schalkhaar naar Oirschot, verandert de situatie sterk. De verzameling, vanaf dat moment Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene geheten, wordt gehuisvest in een voormalig pelotonsgebouw. Alle objecten worden gepresenteerd in vitrines en van teksten voorzien.

Twee gebouwen

De huisvesting in een gebouw midden op een groot kazerneterrein is echter niet ideaal. Als dan ook de mogelijkheid ontstaat om de Regimentsverzameling te verplaatsen naar twee gebouwen vlakbij de hoofdingang van de kazerne, wordt deze kans onmiddellijk aangegrepen.

Op 27 augustus 1999 wordt het eerste gebouw geopend, in aanwezigheid van de Bevelhebber Landstrijdkrachten, Luitenant-generaal M. Schouten. Eind mei 2000 volgt het tweede gebouw en hiermee was de Regimentsverzameling weer gereed voor de toekomst. Vanaf 2005 is de Regimentsverzameling opgenomen als Geregistreerd Museum in het Nederlands Museumregister.

Tijdsbeeld

Rode draad door de tentoonstelling is de "lappendeken van persoonlijke verhalen" van de mannen van de Prinses Irene Brigade. Zoveel mogelijk worden allerlei voorwerpen en documenten gecombineerd met de personen aan wie ze ooit toebehoorden. Zo wordt een beeld gegeven van die tijd en van de tradities die daaruit ontstonden.

Door foto's, uniformen, allerlei "historische" souvenirs en een drietal bijzondere voertuigen, worden de herinneringen aan de Brigade, de Indiëbataljons, "de Westenbergse jaren" en natuurlijk de recentere missies (Bosnie, Kosovo, Irak, Afghanistan en Mali), levend gehouden en op een aansprekende manier gepresenteerd.

Uit de museumvitrine

In deze rubriek, te vinden via deze link: http://www.fuseliers.nl/uit-de-museumvitrine wordt elke Vaandeldrager een voorwerp uit de collectie van onze Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene belicht. Een voorwerp met een link naar het hedendaagse of naar de bestaande tradities bij het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.

Vrijwilligers

Vele vrijwilligers hebben zich in de afgelopen jaren ingezet voor het museum en de openstelling ervan mogelijk gemaakt. Onder hen veteranen, maar ook vrienden en familie. In 2015 werden de huidige twee vrijwilligers, Harrie Dijkhuizen en Hans van Schaik, onderscheiden met de Gouden Fuseliersspeld. Conservator Hans Sonnemans werd hier al in 1998 mee verrast.

Aankopen

Op 17 januari 2007 werd bij veilinghuis Christie’s in Amsterdam een aquarel geveild van de bekende Haagse schilder Willy Sluyter. Het onderwerp van het schilderij was de intocht van de Prinses Irene Brigade in Den Haag in mei 1945. De geschatte opbrengst vooraf bedroeg € 5.000 tot € 7.000. Het lukte om via een subsidieregeling van de Brabantse Museum Stichting en het Anjer Cultuur Fonds ruim € 8.000 op tafel te krijgen. Met dit bedrag vertrokken conservator Hans Sonnemans en voorzitter van de stichting, Brigade-generaal der Fuseliers bd. Guus van Leeuwen naar Amsterdam voor de veiling. Helaas werd er binnen een minuut € 10.000 geboden en ging het schilderij aan hun neus voorbij. Teleurgesteld keerden de conservator en de voorzitter naar huis.

Gelukkig zijn er ook succesvolle aankoopprojecten voor de Regimentsverzameling geweest. In 2010 werd er een Fordson WOT2 aangekocht. Een Britse vrachtwagen met een laadvermogen van 750kg en een gewicht van 2050kg. Het betrof een open laadbak en gesloten cabine. De War Office Trucks (WOT), werden geproduceerd tussen 1939 en 1945 in de Ford fabriek nabij Londen. De Prinses Irene Brigade beschikte over vele tientallen van deze kleine vrachtwagens, speciaal voor infanterie gebruik. Met financiële steun van de Brabantse Museum Stichting en het Anjer Cultuur Fonds kon Stichting Brigade en Garde Prinses Irene dit bijzondere voertuig aankopen uit een particuliere verzameling.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Fordson WOT2
Fordson WOT2

Re-enactment

In 2004 werden de Landmachtdagen gehouden op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne. Voor het eerst ontstond het idee om rond de museumgebouwen historische militaire voertuigen en re-enactors (acteurs in historische kleding en uitrusting) een plaats te geven. Op deze manier werd het museumgebied levendiger en aantrekkelijker voor het publiek. Dit concept sloeg aan en werd herhaald in 2008, met nog eens een hoogtepunt in 2012. Ruim 250 vrijwilligers waren toen actief in het Historisch Cluster, waar ook de militaire musea acte de presence gaven. De toegang tot het cluster werd gevormd door een erewacht van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.  

image description
Re-enactment